Jeffrey Pomerantz & Jason Griffey schreven voor MIT Press een stuk over het antikapitalistische principe achter standaarden:
In een wereld die diep verankerd is in kapitalistische principes, vormen technische standaarden een opmerkelijk voorbeeld van samenwerking die niet gericht is op winstmaximalisatie, maar op het algemeen belang. Deze standaarden, zoals internetprotocollen of stopcontactnormen, worden ontwikkeld door non-profitorganisaties zoals ISO of ANSI via open en inclusieve processen. In tegenstelling tot het dominante kapitalistische model, waarin macht en eigendom centraal staan, zijn deze standaarden gebaseerd op consensus, kennisdeling en het minimaliseren van invloed van grote bedrijven. Het doel is het creëren van gemeenschappelijke oplossingen voor technologische en maatschappelijke uitdagingen.
De geschiedenis van standaarden laat zien dat ze voortkwamen uit de behoefte aan precisie en bruikbaarheid in industriële productie, niet uit winstbejag. Ze ontstonden in een periode waarin technologische vooruitgang en economische ontwikkeling hand in hand gingen, maar zonder directe koppeling aan kapitaalaccumulatie. Ook vandaag nog werken deze organisaties met principes zoals eerlijke participatie, openheid en machtsbalans. Zelfs de besluitvorming wijkt af van typische kapitalistische modellen: niet de meerderheid beslist, maar een breed gedragen consensus. Zo wordt het delen van kennis – doorgaans een marktgoed – hier benaderd als een publiek goed.
Door deelname aan dit soort processen te stimuleren, kunnen individuen en organisaties bijdragen aan een alternatieve economische orde die stoelt op gelijkheid, transparantie en het collectieve belang – zonder het kapitalistische systeem frontaal aan te vallen, maar het van binnenuit te ondermijnen.
Lees het hele stuk in de Salon.
