In een kapitalistische wereld bieden technische standaarden een zeldzaam voorbeeld van economische samenwerking die het algemene belang voorrang geeft op het maken van winst.

“Het is gemakkelijker om je het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme”, luidt het gezegde. Nu klimaatrampen steeds erger worden, liberale democratieën afbrokkelen en de economische instabiliteit toeneemt, lijken visioenen van een ineenstorting veel tastbaarder dan die van een postkapitalistische toekomst.

Een deel van de reden waarom het zo moeilijk is om een einde aan het kapitalisme voor te stellen, is dat het kapitalisme is ingebed in bijna elk aspect van het moderne leven, van de manier waarop we goederen produceren tot de manier waarop we kennis delen. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Sterker nog, een antikapitalistische – of in ieder geval een niet-kapitalistische – vorm van kennisproductie was altijd recht voor onze ogen te zien.

Neem technische standaarden – de vaak onzichtbare regels die ervoor zorgen dat alles naadloos werkt, van stopcontacten tot internetprotocollen. Deze standaarden ontstaan niet zomaar; ze worden gemaakt en onderhouden door organisaties die standaarden ontwikkelen (SDO’s) zoals ISO, ANSI en IEEE. De manier waarop deze SDO’s werken – door open samenwerking, consensusvorming en het delen van kennis – is een zeldzaam voorbeeld van een economisch systeem dat niet afhankelijk is van kapitalisme om te functioneren.

In feite is het formele proces waar de meeste SDO’s op aandringen ontworpen om de macht van bedrijven in een kapitalistisch systeem (om het systeem zelf te controleren) aan te pakken en te beperken. In de VS is het gemakkelijk om voorbeelden te geven van technische standaarden die buiten het SDO-proces tot stand zijn gekomen. PDF werd een standaard documentformaat doordat Adobe zijn macht vroeg in de ontwikkeling van desktop publishing gebruikte om ervoor te zorgen dat hun formaat overal werd gebruikt. USB werd de ietwat verwarrende standaard voor zowel verschillende stekkertypes als datatransferprotocollen omdat een consortium van hardware- en telecomleveranciers hun gecombineerde macht aanwendde om de One Port to Rule Them All te ontwikkelen. Het formele proces dat wordt gebruikt door SDO’s probeert deze buitenmaatse invloed te minimaliseren door middel van eisen die de hoeveelheid macht die een enkele speler kan hebben in de ontwikkeling van een moderne standaard aanzienlijk verminderen.

De meeste SDO’s zijn non-profitorganisaties. SDO’s werden opgericht in Europa en Noord-Amerika, zo tussen 1875 en 1925, met het uitdrukkelijke doel om procedures te ontwikkelen voor de productie van precisieapparaten en, in de woorden van Koning George V bij de oprichting van het National Physical Laboratory, “om wetenschappelijke kennis praktisch over te brengen op ons alledaagse industriële en commerciële leven”.

Misschien was het de obsessieve focus op materiële technologie van de Tweede Industriële Revolutie die ertoe leidde dat deze vroege standaardiseerders zich richtten op productie en niet op kapitaal. Maar door welk historisch ongeluk dan ook, ze  bouwden een systeem dat prioriteit gaf aan het ding dat gestandaardiseerd werd, in plaats van de manier waarop dat ding geëxploiteerd kon worden door het kapitaal. Het project van standaardisatie en de oprichting van SDO’s was verbonden met economische ontwikkeling en het bevorderen van de productie van materiële technologieën. Het argument dat standaardisatie in het voordeel van het kapitaal is, zien we zelfs niet bij de meest enthousiaste voorstanders van standaardisatie. Henry Ford schreef dat het doel van standaardisatie het verbeteren van “de economieën van het maken” is, waarbij hij natuurlijk ook begreep dat daaruit winsten kunnen voortvloeien.

Het ANSI (American National Standards Institute), bijvoorbeeld, heeft verschillende vereisten voor “eerlijke rechtsgang” (due process) die ontworpen zijn om financiële of politieke macht direct te compenseren. Deze vereisten variëren van openheid (“er zullen geen onnodige financiële barrières zijn voor deelname”) tot “gebrek aan dominantie en evenwicht” (“… zal niet worden gedomineerd door een enkele belangencategorie, individu of organisatie” en “… het proces moet een evenwicht van belangen hebben”). Zelfs de feitelijke methodologie van besluitvorming is op zijn manier antikapitalistisch, aangezien het doel altijd consensus en niet de meerderheidsregel is. ANSI stelt onomwonden dat “het normenstelsel van de VS het algemeen belang bevordert, de nationale gezondheid en veiligheid verbetert, innovatie en het concurrentievermogen van de VS stimuleert en bijdraagt aan een eerlijker en meer geliberaliseerd wereldhandelssysteem”. Merk op dat het algemeen belang op de eerste plaats komt in deze lijst. Het is echt een situatie waarin iedereen een beetje moet bijdragen om een echt gemeenschappelijk goed te benaderen.

In tegenstelling tot patenten (die in eigendom zijn, gelicentieerd, gekocht en verkocht worden) worden standaarden gezamenlijk ontwikkeld en gepubliceerd door SDO’s onder “redelijke en niet-discriminerende” voorwaarden, zodat ze op grote schaal beschikbaar zijn. Zelfs Friedrich Hayek merkt in “The Use of Knowledge in Society” – zowat de oertekst van het vrijemarktfundamentalisme – op dat de vrije markt een proces nodig heeft waarbij kennis voortdurend wordt gecommuniceerd en verworven.

Natuurlijk zijn internationale standaarden goed voor handel en commercie. De ISO (International Organization for Standardization) heeft zelfs een methodologie ontwikkeld om de economische voordelen van standaarden voor de waardecreatie van bedrijven te beoordelen. (Spoiler: die waardecreatie is enorm.) We kunnen niet bepaald zeggen dat het internationale normenstelsel echt antikapitalistisch is. Maar het internationale normenstelsel is net zo gemakkelijk geschikt voor elk ander economisch systeem dat steunt op productie, technologische innovatie en handel. En welke natie in de moderne wereld voldoet niet aan deze beschrijving? Zelfs Noord-Korea heeft zijn normenontwikkelingsproces en SDO’s. Noord-Korea is zelfs lid van de meeste internationale SDO’s, waaronder de ISO en de WIPO (World Intellectual Property Organization).

En zo keren we terug naar waar we begonnen: de moeilijkheid om een einde aan het kapitalisme voor te stellen. We beweren niet dat we een oplossing hebben voor dat specifieke probleem, en hoe dan ook hebben vele anderen daarover geschreven. Maar wat de aard van dat probleem ook is, het wordt verergerd door het feit dat we een collectieve blinde vlek hebben door niet op te merken dat een van de meest kritieke systemen waarop de moderne wereld is gebouwd, inherent weinig te maken heeft met kapitalisme: het gratis of bijna gratis delen van informatie in dienst van het algemeen belang. Weinig dingen lijken minder consistent met de moderne kapitalistische economie. Toch is een systeem gebaseerd op precies deze twee premissen ingebakken in de wereldeconomie.

Antikapitalisme betekent niet antitechnologie of antihandel; het betekent het opbouwen van een samenleving gebaseerd op een andere economische basis dan het kapitalisme. Niet-kapitalistische samenlevingen in de moderne wereld bezitten ook technologie, drijven handel en ervaren materiële vooruitgang – mechanismen die zijn opgenomen in het systeem van normontwikkeling. Het is alleen zo dat de manier waarop beslissingen worden genomen over die vooruitgang, en wie de vruchten van die vooruitgang bezit en ervan profiteert, anders is dan in een kapitalistische samenleving.

Daarom stellen wij voor dat een van de meest pragmatische antikapitalistische dingen die je kunt doen is het aanmoedigen van organisaties waarbij je betrokken bent om deel te nemen aan het standaardontwikkelingsproces. Het aanmoedigen van organisaties binnen een kapitalistisch systeem om deel te nemen aan een proces dat berust op openheid, consensus en gebrek aan dominantie holt de macht van dat systeem uit. Het zorgt ervoor dat informatie – oftewel kennis, en dus macht – een publiek goed is.

Het is niet nodig om uit de as van de oude wereld een nieuwe wereld te laten ontstaan. Een van de gereedschappen om de nieuwe wereld op te bouwen is er altijd al geweest.

 

Deze tekst verscheen in het Engels op de website van The MIT Press Reader. Vertaling: Jos Baijens

Deel via: