Dit is een reactie op een recente post van Roger Hallam getiteld Waarom de mensheid deze eeuw zal uitsterven. Die titel suggereert een gebeurtenis die zeker gaat plaatsvinden. Hij neemt die zekerheid verderop in zijn stuk iets terug, en stelt dat, indien we niet snel op grote schaal technieken invoeren waarmee we CO2 uit de atmosfeer halen, de mensheid gedoemd is uit te sterven.
Voor we verder gaan, Roger Hallam verdient veel respect. Hij is een van de oprichters van Extinction Rebellion en Just Stop Oil en zit momenteel een gevangenisstraf van vier jaar uit voor het organiseren van klimaatacties. Zijn verdiensten voor de klimaatbeweging kunnen moeilijk worden overschat. Dat neemt niet weg dat zo’n stellige uitspraak om een nuance vraagt, vanwege een aantal onjuistheden in de argumentatie.
De bedoeling van dit stuk is niet zijn waarschuwing te bagatelliseren. Verre van dat. De gevolgen van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering zijn nu al rampzalig en zullen nog ernstiger worden en onze samenleving ernstig ontwrichten als we niet stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen. Wat tegenstanders van klimaatbeleid ook mogen beweren, de kosten van catastrofale gebeurtenissen zijn vele malen groter dan de kosten van maatregelen om ze te voorkomen.[1] [2] [3] [4] [5] De wetenschap is daar heel duidelijk over. Dat geeft burgers een sterk mandaat om actie te voeren voor een verantwoord klimaatbeleid dat de wereld behoedt voor de ergst mogelijke rampen.
Zijn betoog blinkt helaas niet uit in helderheid, maakt gebruik van cirkelredeneringen en doet stellige uitspraken die niet worden ondersteund door wetenschappelijke feiten. Dat is om meerdere redenen jammer.
De apocalyptische boodschap van het stuk kan mensen tot de gedachte brengen dat er allemaal niets meer aan te doen is. Dat actievoeren voor een duurzame wereld geen zin heeft en dat we ons maar moeten aanpassen aan de extreme weersomstandigheden.
Ook kunnen mensen die sceptisch staan tegenover klimaatwetenschap in dit stuk munitie vinden voor hun kritiek. “De klimaatwetenschap deugt niet en klimaatbeleid is geldverspilling, want we gaan er toch wel aan.”
We bespreken eerst een paar onjuistheden en misverstanden in Hallams stuk.
De klimaatwetenschap heeft een steeds slechtere staat van dienst als het gaat om het doen van accurate voorspellingen omdat het is ingebed in een disfunctioneel paradigma. Deze mislukking bereikte een crisisniveau in 2024 door het onvermogen om een onderliggende aanhoudende sprong van 0,2 °C in de mondiale temperaturen te voorspellen of te verklaren.
Het tegendeel is waar. Wetenschappers weten redelijk nauwkeurig waarom de wereldwijde temperaturen in 2024 met 0,2 °C zijn gestegen. De Wereld Meteorologische Organisatie bevestigt dat 2024 het warmste jaar ooit was, met een wereldwijd gemiddelde temperatuur die ongeveer 1,55 °C hoger lag dan voor de Industriële Revolutie.[6] Deze grote stijging is te wijten aan een samenstel van oorzaken: een recorduitstoot van broeikasgassen, El Niño omstandigheden, vermindering van luchtvervuiling door zeeschepen en de impact van voorafgaande door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De oceanen, die ongeveer 90% van de extra warmte van de opwarming van de aarde opnemen, hadden ook recordhoge temperaturen, wat de algemene opwarming verergerde.
De opwarming is daarmee – achteraf – vrijwel volledig verklaard. Het vooraf precies voorspellen is bovendien vrijwel onmogelijk, omdat het afhangt van het menselijk gedrag (uitstoot), maar ook omdat we natuurlijke variaties zoals hoe El Niño zich gaat ontwikkelen niet volledig kunnen voorspellen. Bovendien is het ‘voorspellen’ van opwarming geen taak van de klimaatwetenschap.
De reden voor dit falen is dat de conventionele methodologieën slechts delen van het systeem analyseren en er ten onrechte van uitgaan dat deze processen onafhankelijk zijn van andere delen van het systeem. Daarom wordt er uitgegaan van lineaire in plaats van niet-lineaire veranderingen.
Deze voorstelling van de werkwijze van klimaatonderzoek klopt allang niet meer, als die al ooit had geklopt. Klimaatonderzoek ontwikkelde zich in de tweede helft van de 20e eeuw als een systeemwetenschap.[7] Deze ontwikkeling werd gedreven door de noodzaak om het gedrag van het klimaatsysteem van de aarde, dat de atmosfeer, oceanen, landoppervlakken en ijskappen omvat, in al haar samenhang te begrijpen en te voorspellen.
De ontwikkeling van digitale computers speelde een cruciale rol in deze verschuiving en maakte het mogelijk om grootschalige atmosferische en oceanische processen te simuleren met behulp van complexe wiskundige modellen. Deze modellen beschrijven een breed scala aan klimaatsysteemprocessen en zijn een steunpilaar van het klimaatonderzoek geworden. Deze interdisciplinaire aanpak is erop gericht om de dynamiek van het hele klimaatsysteem te begrijpen in plaats van zich te richten op afzonderlijke, geïsoleerde componenten.
De kritiek dat de huidige methodes en modellen “slechts delen” van het volledige klimaatsysteem beschrijven is bovendien erg makkelijk, omdat een model altijd een benadering van de werkelijkheid is, met aannames, en nooit de realiteit volledig kan omvatten. Er is overigens best legitieme kritiek op de huidige generaties klimaatmodellen en gebruikte scenario’s – bijvoorbeeld dat ze rechtvaardigheid als dimensie te weinig meenemen – en die wordt ook door wetenschappers geuit, met aanbevelingen voor verbeteringen. Maar als Hallam graag ziet dat de modellen beter worden, zou hij beter kunnen ageren voor meer geld en middelen voor de klimaatwetenschap, in plaats van haar volledig af te vallen.
Wetenschappers begrijpen de sociale context van hun onderzoek ook fundamenteel verkeerd.
Dit is bepaald niet de standaardpraktijk (al kunnen sommige bètawetenschappers soms iets te naïef zijn over de verandering van beleid of van menselijk gedrag). De rapporten van het IPCC gaan voor een belangrijk deel over de sociale, economische en politieke aspecten van klimaatverandering; zowel wat betreft de oorzaken als de gevolgen. Bij de ontwikkeling van klimaatscenario’s zijn bovendien niet enkel klimatologen betrokken, maar ook economen, energiewetenschappers, filosofen, gezondheidswetenschappers, en vele andere sociale wetenschappers.
De traditionele benadering is geworteld in een cultuur die zich richt op onderzoekszaken die geen risico’s voor mensen met zich meebrengen. Het doel is dan om de zekerheid van een hypothese vast te stellen. In deze context is een ‘conservatieve’ benadering er een die een hoog niveau van ondersteunend bewijs vereist om ‘bewijs’ te leveren.
Ook dit is een onjuist beeld van hoe wetenschap werkt. Inderdaad worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van het bewijsmateriaal om vast te stellen hoe waarschijnlijk de uitkomst van een proces is. Maar de bewering dat het daarbij gaat om “onderzoekszaken die geen risico’s voor mensen met zich meebrengen” is in tegenspraak met de letterlijk duizenden publicaties over de schadelijke gevolgen van hittestress, toename van besmettelijke ziekten, watertekort, overstromingen, zeespiegelstijging, afname van biodiversiteit, oceaanverzuring, enzovoort.
Bovendien worden er in de samenvattingen van het IPCC niet enkel onderzoeksresultaten genoemd die ondersteund worden door een “hoog niveau” aan bewijs. De (on)zekerheid of het vertrouwen in een bevinding baseert zich zowel op de hoeveelheid en kwaliteit van bewijs (bijvoorbeeld hoeveelheid studies of metingen), maar ook de mate waarin de conclusies dezelfde kant op wijzen. De zekerheid van een bevinding kan dus – in de rapporten van het IPCC – uiteenlopen van low agreement, limited evidence, tot high agreement, robust evidence. In de klimaatwetenschap worden dus niet alleen maar onderzoekszaken met een ‘hoog niveau van ondersteunend bewijs’ gepresenteerd.
Helaas kunnen we nu juist niet “een vereenvoudigd model maken om te laten zien hoe dit werkt.” De simplistische vergelijking van klimaatmodellen met een analyse van een spelletje Monopoly doet geen recht aan de complexe analyses van klimaatsysteemonderzoek. Een voorbeeld van zo’n “vereenvoudigd model”:
[Het is] rationeel gezien zinvol om de huidige temperatuur of ten minste een gemiddelde van de afgelopen vijf jaar en een projectie voor de komende vijf jaar te gebruiken als een nauwkeuriger schatting van de huidige gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging.
Daarmee komt Hallam tot de uitspraak dat het huidige uitgangspunt voor het systeem van de aarde is dat de wereld nu 1,5 °C boven de pre-industriële temperaturen ligt. Dat lijkt een klein detail, maar het is belangrijk dat projecties van de opwarming standaardmethoden volgen.[8] [9] Die kun je niet zomaar afdoen als “conventioneel”. Klimaat is volgens een algemeen aanvaarde afspraak de gemiddelde weerstoestand (temperatuur, windkracht, bedekkingsgraad en neerslag) over een periode van minimaal 20 jaar.
De simpele manier waarop Hallam in zijn stuk bijdragen van verschillende klimaatfactoren – bosbranden, smelten van permafrost, albedo effect en verlies van koolstofputten – bij elkaar optelt is niet hoe je een klimaatsysteem bestudeert. Hij zegt eerder in zijn stuk dat de opwarming het gevolg is van niet-lineaire processen; wat juist is. Een optelling van effecten is nu juist lineair. Niet-lineaire effecten hebben complexe verbanden van zowel positieve (versterkende) als negatieve (afremmende) terugkoppelingen, waarbij de verandering van de output niet evenredig is met de verandering van de input.
Zijn projecties van 2,21 °C in 2035, 3,18 °C in 2045, 4,07 °C in 2055 en 4,86 °C in 2065 (“effectief 5 graden Celsius”) missen dan ook een robuuste wetenschappelijke basis. Met een dergelijke opwarming wekt het geen verbazing dat hij een algeheel uitsterven van de mensheid voorspelt, mogelijk al voor het einde van deze eeuw.
Waar we Hallam wel in volgen is zijn scepsis over de mogelijkheden van geo-engineering om de CO2-concentratie in de atmosfeer snel genoeg omlaag te brengen. Er bestaan nog geen bewezen technieken die op voldoende grote schaal kunnen worden ingezet en die ook nog betaalbaar zijn.[10] [11]
Er is één bewezen oplossing: als de mensheid het gebruik van fossiele brandstoffen en het kappen van bomen direct stopt, dan stopt de toename aan CO2 en dus stopt de opwarming van de aarde. Daarnaast zou methaanuitstoot niet mogen toenemen. En tot slot zouden we methoden om CO2 uit de atmosfeer te halen, kunnen toepassen, om de opwarming terug te dringen tot 1 °C, wat als veilige en rechtvaardige limiet wordt gezien. In de huidige geopolitieke situatie lijkt deze laatste oplossing weinig waarschijnlijk.
Dus zit er weinig anders op dan te blijven streven naar stoppen met fossiel, overstappen op een duurzame economie en broeikasgassen uit de atmosfeer verwijderen. Daarbij spelen bewegingen als Extinction Rebellion (XR), Scientist Rebellion (SR), Just Stop Oil, Greenpeace, Milieudefensie, enzovoort een belangrijke rol.
Wij vrezen dat Hallams stuk eerder pessimisme dan optimisme stimuleert over de mogelijkheden van activisten om de maatschappij in de goede richting te sturen. Het biedt in ieder geval weinig hoop of perspectief, maar wakkert vooral woede of wantrouwen jegens de wetenschap aan, een vakgebied dat steeds meer en meer onder druk staat, en toch zeker niet het doelwit van onze collectieve woede zou moeten zijn.
Sterft de mensheid uit?
Dan nu de vraag of de mensheid in deze eeuw uitsterft. Die is niet zo simpel te beantwoorden als Hallam het voorstelt. Dat is een duidelijk voorbeeld van een cirkelredenering waarbij hij de onvermijdelijkheid van een menselijke uitsterving aantoont vanuit de aanname dat de mensheid uitsterft bij een opwarming boven de 5 °C (in 2065 volgens zijn voorspelling).
Er bestaat een meer betrouwbare en wetenschappelijk correcte benadering van de vraag naar het uitsterven van de mensheid. Daarvoor moeten we de risico’s analyseren van de gevolgen van klimaatverandering voor ecosystemen, de gezondheid, voedselproductie, infrastructuur, etc., zowel afzonderlijk als in samenhang.
De wetenschappelijke consensus op dit moment is dat klimaatverandering kan leiden tot wereldwijde ineenstorting van allerlei klimaatsystemen maar dat de kans daarop in de komende decennia klein is. Dat lijkt geruststellend maar is het bepaald niet. De gevolgen van zo’n gebeurtenis met lage waarschijnlijkheid zijn namelijk enorm en daarmee het risico groot. Zoiets wordt een low-probability high-impact gebeurtenis genoemd.
Risico is namelijk een combinatie van waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis plaatsvindt en de ernst van de gevolgen, vaak uitgedrukt in geld. De kans op een regenbui hier in de winter is groot, maar de gevolgen stellen meestal weinig voor. Dan is er sprake van een laag risico. De kans dat je huis afbrandt en je alles kwijtraakt, is heel klein – minder dan 0,1% – maar de gevolgen zijn dusdanig rampzalig dat je die wilt vermijden. Dat is een hoog risico. De meeste verstandige mensen hebben dan ook een brandverzekering. Als we al zo omgaan met risico’s in ons dagelijks leven, is het verstandig dat ook te doen met risico’s die al het leven op aarde bedreigen.
Het is dan ook veelzeggend dat de grootste verzekeringsmaatschappijen al jaren alarm slaan over de risico’s van klimaatverandering.[12] Politici en beleidsmakers moeten rekening houden met low-probability high-impact gebeurtenissen en zich niet laten aanpraten dat de kans daarop klein is.
Klimaatrampen kosten verzekeraars steeds meer geld. Vorig jaar was het vijfde jaar op rij dat de verliezen meer dan 100 miljard dollar bedroegen. Dit betekent hogere premies voor polishouders – of zelfs helemaal geen verzekering. Sommige verzekeraars betalen mensen om hun huizen stormbestendig te maken – wat helpt – maar daarmee behandelen ze nog steeds het symptoom, niet de ziekte. Aanpassing, adaptatie, zonder mitigatie is niet genoeg. We moeten streven naar netto nul.
Voor grote delen van de wereld zal het onmogelijk zijn om zich aan de hogere temperaturen aan te passen. Er is een maximumtemperatuur die het menselijk lichaam verdragen kan. Die werd lange tijd gelegd bij een ‘ervaringstemperatuur’ van 35 °C (technisch: natteboltemperatuur). Recent onderzoek laat zien dat de temperatuur waarbij gezonde, jonge mensen langdurige inspanning kunnen leveren, veel lager is. Dat betekent dat bij een gemiddelde stijging van de wereldtemperatuur van meer dan 1,5 °C (de limiet van ‘Parijs’) al miljoenen mensen – vooral kinderen, zwangere vrouwen en ouderen – het risico lopen te sterven aan de gevolgen van hittestress. Die aantallen lopen snel op bij een verdere verhoging van de temperatuur. Dat zegt ook Tim Lenton,[13] een onderzoeker die Hallam wel noemt, op grond van de door hem verfoeide modelberekeningen.
Er wordt serieus rekening gehouden met een opwarming van 2,7 °C of hoger in 2100.[14] Dan lopen miljarden mensen grote gezondheidsrisico’s, vooral in landen rond de evenaar, maar ook de rest van de wereld zal niet gespaard worden. Temperaturen van meer dan 2 °C boven de pre-industriële waarden zijn sinds 3 miljoen jaar geleden niet meer voorgekomen, en daarmee betreden we voor de mensheid onbekend terrein.
Risico-onderzoek
In de laatste 15 jaar laat de wetenschappelijke literatuur een toenemende interesse zien in de extreme risico’s van klimaatverandering. Hoe om te gaan met grote onzekerheden is al jaren onderwerp van veel studies. In 2024 wijdde het tijdschrift Frontiers in Climate een hele aflevering aan ‘Climate Strategies and Deep Uncertainty’.[15] Studies in deze bundel gaan over onderzoek naar DMDU-methoden (Decision Making Under Deep Uncertainty) die kunnen helpen bij het ontwerpen en ontwikkelen van klimaatbeleid. Ze kunnen ervoor zorgen dat klimaatstrategieën hun ontwikkelings- en klimaatdoelstellingen kunnen halen ondanks de onzekerheid op de lange termijn.
Bovendien laten steeds meer wetenschappers hun voorzichtige, academische terughoudendheid varen en slaan alarm.[16] [17] [18] [19] Het is dan ook zeker niet zo dat de wetenschap tekortschiet, of vastzit in een achterhaald paradigma, zoals Hallam stelt.
Een groep rond Cambridge-wetenschapper Luke Kemp (niet genoemd in Hallams stuk) doet precies waar Hallam om vraagt.[20] [21] Kemp en collega’s (2022): “Zou een door de mens veroorzaakte klimaatverandering kunnen leiden tot een wereldwijde maatschappelijke ineenstorting of zelfs het uiteindelijk uitsterven van de mens?” En zij stellen: “Op dit moment is dit een gevaarlijk onderbelicht onderwerp.” Ze pleiten voor systematisch onderzoek van de catastrofale klimaatverandering en vragen het IPCC dit op te nemen in de volgende rapportageronde.
Met behulp van klimaatmodellen laten ze de gevolgen zien van een temperatuurstijging van 3 °C. Daaruit blijkt dat tegen 2070 ongeveer 2 miljard mensen die in enkele van de politiek meest kwetsbare gebieden ter wereld wonen, een gemiddelde jaartemperatuur van 29 °C moeten verdragen. Het zijn niet alleen de hoge temperaturen en extreme weersomstandigheden die het probleem vormen. Het is ook de combinatie van gevolgen en het domino-effect zoals voedsel- of financiële crises, conflicten, het uitbreken van ziekten, of massale migratie die tot rampen kunnen leiden.
Kemp en collega’s noemen uitsterving vooral in verband met het verdwijnen van kritische planten- en diersoorten, dat catastrofale gevolgen kan hebben voor menselijke samenlevingen. De huidige stijging van het kooldioxidegehalte gaat sneller dan ooit tevoren in de geologische geschiedenis. Tegen het einde van de eeuw zou de stijging wel eens hoger kunnen uitvallen dan de niveaus die eerdere massa-uitstervingen veroorzaakten. Het IPCC zegt dat de temperaturen niveaus kunnen bereiken die voor het laatst gezien zijn in het vroege Eoceen, wat 50 miljoen jaar afkoeling in slechts 200 jaar teniet zou doen.
Echter de meeste planten- en diersoorten die nu leven, inclusief de mens, zijn ontstaan en aangepast in het mildere klimaat van de laatste 30 miljoen jaar. Voor de meeste soorten zal het onmogelijk zijn zich voldoende snel aan te passen. Die zullen dus verdwijnen. Of dat ook voor de mens geldt is nog de vraag. Wij zijn vrijwel de enige soort die zich, dankzij technologie, overal in de wereld kan vestigen. Het ligt voor de hand dat mensen zich in een aantal gebieden zullen kunnen handhaven, vermoedelijk onder omstandigheden die sterk verschillen met die van nu.
De samenlevingen die het meest te lijden hebben onder de gevolgen van de opwarming zijn nu juist die samenlevingen die er het minst aan bijdragen. Het zijn de welvarende landen die met hun overconsumptie en groei-economie de grootste bron zijn van de uitstoot van CO2 en daarmee verantwoordelijk zijn voor de snelle, wereldwijde opwarming. Dat zal de wereldwijde ongelijkheid nog verder vergroten, met alle sociale en politieke gevolgen van dien.
Onze samenleving is ongeëvenaard onrechtvaardig: verschillen tussen arm en rijk zijn groter dan ooit tevoren. Stel dat gebeurt wat Hallam voorspelt, dan is de kans groot dat het gros van de mensheid uitsterft; maar zeker niet iedereen: namelijk de allerrijksten die er alles aan zullen – en kunnen – doen om te overleven. Het idee van Musk om Mars te koloniseren is daar een voorbeeld van: de wereld wordt opgegeven, en de plannen liggen al klaar.
Maar zijn wij klaar om te accepteren dat de mensheid in de toekomst enkel bestaat uit Musks, Zuckerbergs en Bezossen? Een samenleving waarin er geen plek is voor jou en mij, omdat ons voedsel wél is afgebrand en onze huizen wél zijn overstroomd?
Nu eindigt het vooral met het versterken van het wantrouwen in de ‘mainstream’ wetenschap en de oproep om gewoon je eigen onderzoek te doen. Dit speelt rechtstreeks in de kaart van de alternatieve feiten groepen en antidemocratische partijen die de klimaatwetenschap onderuit halen en vreedzaam burgerlijk verzet door klimaatactivisten criminaliseren. Hallam kan zich dat maar al te goed voorstellen.
Politieke doofheid
Niet de wetenschap schiet tekort maar de politiek die de talloze alarmgeluiden van wetenschappers te weinig serieus neemt. Die de oren laat hangen naar de industrie en de financiële wereld die haar eigen kortetermijnbelangen verdedigt.
Wie de hele, in sneltreinvaart uitdijende literatuur over klimaatverandering overziet, kan niet anders dan grote zorgen hebben over de toekomst van de aarde en de mensheid. Die zorgen moeten we overbrengen op burgers die de gevolgen van de opwarming zullen ondervinden en op politici en beleidsmakers die de juiste maatregelen moeten nemen. In de nieuwe wereldsituatie is deze opdracht aan de wetenschap nog urgenter geworden. Dat vraagt om doordachte uitspraken over de risico’s van klimaatverandering, waarbij we apocalyptische voorspellingen vermijden.
Scientist Rebellion, de zusterorganisatie van Extinction Rebellion, heeft als motto: ‘The privilege to know, the duty to act.’
Dat verplicht ons in beweging te komen, ons te laten horen en mee te denken over oplossingen voor de problemen die het voortbestaan van onze wereld bedreigen.
Literatuur
Alberti, C. (2024, January 4). The Cost of Inaction. Climate Policy Initiative. https://www.climatepolicyinitiative.org/the-cost-of-inaction/
Carrington, D. (2024). World’s top climate scientists expect global heating to blast past 1.5C target. The Guardian. Retrieved from https://www.theguardian.com/environment/article/2024/may/08/world-scientists-climate-failure-survey-global-temperature
Davidson, J. P. L., & Kemp, L. (2024). Climate catastrophe: The value of envisioning the worst-case scenarios of climate change. WIREs Climate Change, 15(2), e871. https://doi.org/10.1002/wcc.871
Kemp, L., Xu, C., Depledge, J., Ebi, K. L., Gibbins, G., Kohler, T. A., Rockström, J., Scheffer, M., Schellnhuber, H. J., Steffen, W., & Lenton, T. M. (2022). Climate Endgame: Exploring catastrophic climate change scenarios. Proceedings of the National Academy of Sciences, 119(34), e2108146119. https://doi.org/10.1073/pnas.2108146119
Lenton, T. M., Held, H., Kriegler, E., Hall, J. W., Lucht, W., Rahmstorf, S., & Schellnhuber, H. J. (2008). Tipping elements in the Earth’s climate system. Proceedings of the National Academy of Sciences, 105(6), 1786–1793. https://doi.org/10.1073/pnas.0705414105
Neal, T., Newell, B. R., & Pitman, A. (2025). Reconsidering the macroeconomic damage of severe warming. Environmental Research Letters, 20(4), 044029. https://doi.org/10.1088/1748-9326/adbd58
Peters, G. P. (2024). Is limiting the temperature increase to 1.5°C still possible? Dialogues on Climate Change, 1(1), 63–66. https://doi.org/10.1177/29768659241293218
Ripple, W. J., Wolf, C., Gregg, J. W., Rockström, J., Mann, M. E., Oreskes, N., Lenton, T. M., Rahmstorf, S., Newsome, T. M., Xu, C., Svenning, J.-C., Pereira, C. C., Law, B. E., & Crowther, T. W. (2024). The 2024 state of the climate report: Perilous times on planet Earth. BioScience, biae087. https://doi.org/10.1093/biosci/biae087
Ripple, W. J., Wolf, C., Lenton, T. M., Gregg, J. W., Natali, S. M., Duffy, P. B., Rockström, J., & Schellnhuber, H. J. (2023). Many risky feedback loops amplify the need for climate action. One Earth, 6(2), 86–91. https://doi.org/10.1016/j.oneear.2023.01.004
Sanderson, B. M., & O’Neill, B. C. (2020). Assessing the costs of historical inaction on climate change. Scientific Reports, 10(1), 9173. https://doi.org/10.1038/s41598-020-66275-4
Schleussner, C.-F., Ganti, G., Lejeune, Q., Zhu, B., Pfleiderer, P., Prütz, R., … Rogelj, J. (2024). Overconfidence in climate overshoot. Nature, 634(8033), 366–373. https://doi.org/10.1038/s41586-024-08020-9
Schneider, S. (2009). The worst-case scenario. Nature, 458(7242), 1104–1105. https://doi.org/10.1038/4581104a
Spratt, D. (2023, September 4). Betting against worst-case climate scenarios is risky business. Bulletin of the Atomic Scientists. https://thebulletin.org/2023/09/betting-against-worst-case-climate-scenarios-is-risky-business/
St. George, S. (2025). Climate change will send home insurance spiralling. Here’s how to control costs. Nature, 639(8056), 839–839. https://doi.org/10.1038/d41586-025-00892-9
WHO. (2018). COP24 special report: health and climate change. World Health Organization. https://www.who.int/publications/i/item/9789241514972
WMO. (2025). State of the Global Climate 2024. World Meteorological Organization. https://library.wmo.int/records/item/69455-state-of-the-global-climate-2024
World Bank. (2024). The Cost of Inaction: Quantifying the Impact of Climate Change on Health in Low- and Middle-Income Countries [Text/HTML]. World Bank Group. https://documents.worldbank.org/en/publication/documents-reports/documentdetail/099111324172540265/P5005831a1804a05f19aae18bc0f1396763
[1] Alberti (2024).
[2] Sanderson & O’Neill (2020).
[3] WHO (2018).
[4] World Bank (2024).
[5] Neal et al. (2025).
[6] WMO (2025)
[7] Systeemwetenschap is een interdisciplinaire wetenschap waarin het systeembegrip een centrale plaats inneemt. Het omvat deelgebieden van de formele wetenschap en is een belangrijk hulpmiddel bij de studie van complexe systemen (bijvoorbeeld in de natuur, andere deelgebieden van de wetenschap en maatschappij) en van dynamische systemen, de cybernetica, wiskundige systeemtheorie, operations research, regeltechniek, sociale systeemtheorie, systeembiologie, systeemecologie, systeempsychologie, systems engineering of systeemkunde en de systeemtheorie als zodanig. (Wikipedia.)
[8] Schleussner et al. (2024).
[9] Peters (2024).
[10] https://www.geoengineeringmonitor.org/
[11] https://www.carbonbrief.org/nine-key-takeaways-about-the-state-of-co2-removal-in-2024/
[12] St. George (2025).
[13] Lenton et al. (2008).
[14] Carrington (2024).
[15] https://www.frontiersin.org/research-topics/47112/climate-strategies-and-deep-uncertainty/articles
[16] Ripple et al. (2023).
[17] Ripple et al. (2024).
[18] Schneider (2009).
[19] Spratt (2023).
[20] Davidson & Kemp (2024).
[21] Kemp et al. (2022).